veteranen vertellen

Camouflage

Bijzonder aan de Nieuwe Hollandse Waterlinie is de inpassing van de verdedigingswerken in het landschap. De verdedigers waren gebaat bij een goed uitzicht vanuit de forten en een ruim schootsveld. Het camoufleren van de forten was ook belangrijk. Ze werden gecamoufleerd met planmatig aangelegde natuur volgens de Engelse landschapsstijl. Om in de behoefte aan beplanting te voorzien had het leger een eigen kwekerij.

hoewerkt_camouflage

De functies van de beplantingen verschilden per situatie op onderdelen van de forten. Populieren, wilgen en iepen langs de gracht lieten een fort opgaan in de omgeving. Hagen van meidoorn, sleedoorn, vlier en roos werkten als prikkeldraad en bemoeilijkten een bestorming door de vijand. Bij de wachthuisjes boden linden en paardekastanjes schaduw en verfraaiing. Op de open terreinen, hellingen en daken werd gras gezaaid om de bodem te beschermen. Op daken van bomvrije gebouwen zorgde gras ook voor snelle infiltratie van regenwater naar de drinkwaterreservoirs. De gracht liet men begroeien met waterlelies en ander planten ter camouflage vanuit de lucht. Langs de fortgracht en andere waterlopen onderhield men een rietkraag.

Deze website is mede mogelijk gemaakt door het Europese project COLLABOR8. Website ontwikkeld door MCW Studio's