Nominatieproces UNESCO

Wandelaars rusten bij Fort aan de Ossenmarkt, Weesp

De Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW) is in 2011 door de Staat der Nederlanden op de voorlopige Werelderfgoedlijst geplaatst, als uitbreiding van het bestaande Werelderfgoed de Stelling van Amsterdam (SvA). De SvA is sinds 1996 aangewezen als UNESCO Werelderfgoed. In oktober 2014 hebben de betrokken provincies het ‘Pact van Altena’ ondertekend. Hierin staat de ambitie om de Nieuwe Hollandse Waterlinie voor te dragen voor daadwerkelijke nominatie. 

 

 nhw-infographic-mijlpaal

Advies expertgroep

Tegelijk met de ondertekening van het Pact van Altena is het Aanloop Nominatiedossier ‘Stelling van Amsterdam en Nieuwe Hollandse Waterlinie samen sterker! aan de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE)  aangeboden. De RCE heeft alle kandidaat werelderfgoederen (sites die op de voorlopige lijst staan) gevraagd een dergelijk dossier aan te leveren. Op basis hiervan heeft zij een advies over de volgorde van indiening bij UNESCO opgesteld. Een expertgroep onderzocht welke kandidaat erfgoederen kansrijk zijn voor nominatie en wat een realistische planning voor het indienen van het nominatiedossier bij UNESCO is. De expertgroep heeft een advies gegeven over de volgorde bepaling en per site de belangrijkste aandachtpunten voor het opstellen van het dossier benoemd. Dit advies ‘Bitter en Zoet’ is op 20 mei 2015, mede namens de staatsecretaris van Economische Zaken, overgenomen door de minister van Onderwijs, Cultuurhistorie en Wetenschap (OCW).

Copyright 2017 Liniebureau Nieuwe Hollandse Waterlinie

Postbus 406, 3500 AK Utrecht | T: (030) 258 36 03 | Bezoekadres: Archimedeslaan 6, 3584 BA Utrecht